| |
De toverfioele (de Toverviool)
Korte inhoud van het libretto:
Se sizze, se sizze.. het woord gaat…
Lang voordat de geheimzinnige speelman met zijn wonderbaarlijke vioolmuziek het dorp aandoet, is het gefluister al hoorbaar. De duivel is hij in eigen persoon., twee horens heeft hij en een staart en wie zijn muziek hoort, is verloren…
Maar de zwijgzame man die tijdens een bruiloftsfeest de herberg binnenstapt, heeft niet veel weg van de duivel. Integendeel zelfs, volgens de vrouwen.
Dan pakt hij zijn viool en begint te spelen en niets zal ooit meer hetzelfde zijn. Grote gevoelens ontwaken. Kleine liedjes van Groot Verlangen laten zich horen, onvrede steekt de kop op, felle verwijten klinken in de nacht en een Opstand barst los. En dan te midden van al dit vurige tumult wordt een moord gepleegd.
Maar door wie?
Het stuk begint met een gesproken monoloog van de Verteller.
Proloog
Ach, dit leven. Dit ongrijpbare, onbegrijpelijke leven.
Ontzagwekkend groots en tegelijkertijd zo onbeduidend klein.
Deze dwaze opeenvolging van gebeurtenissen, ergens tussen geboren worden en sterven, die wij leven noemen. Met de mens in de hoofdrol én bijrol. Figurant, marionet en decorstuk in een eenmalige voorstelling. Geen repetitietijd. Geen reprise. De mens als held en schurk in z’n eigen levensverhaal. Eén uitvoering. Eén solo, en doek.
|
|