S h a d e s  o f  R e d  |  g e s p r e k k e n  |  g r o e p e n   t e k s t e n
   
Hoofdstuk 1

IJSJE

Mag ik een ijsje, vraagt Robin.
Nee, zegt papa.
O, zegt Robin. Waarom niet?
Daarom niet, zegt papa. Ga nou maar spelen.
Papa en Robin zijn in de speeltuin.
Ze zijn heel lang niet in de speeltuin geweest. Omdat het winter was en koud.
Nu is het niet meer koud buiten. Het is alweer een beetje warm.
Robin loopt naar de zandbak. Heel langzaam. Tot aan de stenen rand.
Dan draait ze zich om en loopt terug naar papa, die op de bank zit.
Mag ik een ijsje, vraagt Robin.
Papa kijkt niet op uit zijn boek. Nee.
Waarom niet? vraagt Robin.
Papa zucht.
Waarom ga je niet spelen? Je wilde toch naar de speeltuin? Speel dan.
Ik heb gespeeld, zegt Robin.
Onzin, zegt papa. Je bent nog niet eens met je teen in de zandbak geweest.
Ik heb wél gespeeld, zegt Robin. Ik speelde dat ik een slak was en dat ik heel langzaam liep.
En toen zei vader slak: slakje, slakje, wil je een ijsje? En toen kwam ik weer terug. Nou. Zo.
 
  r o b i n  e n  p a p a  <  >  |  o v e r z i c h t  t e k s t e n